Verslag van de Spiegelbijeenkomst: Boeren

Donderdag 6 februari, 20.00 – 22.30 uur

Gespreksleider: Dhr. J. Saris (directeur De Stad BV)

Aanwezigen:
In totaal waren er zo’n 40 mensen aanwezig, van wie de volgende bij naam bekend:
Dhr. G. Timmermans (DRO, projectleider Toekomst Amstelland), dhr. Roy Berents  (DRO, ontwerper Toekomst Amstelland), mw. M. Linthout (Procesbegeleiding, De Stad BV), mw. J. Klopper (Klopper Communicatie, verslaglegging), dhr. P. Roos, (voorzitter WLTO Amstelstreek), dhr. P.J. de Jong (Rabobank Ouder-Amstel), dhr. W. Schoenmaker, dhr. H. den Boer, dhr. J. van Schaik, dhr. A. van Zadelhoff, dhr. J. van Spengen, dhr. J. B. M. Kolk, dhr. A. van der Kroon, dhr. C. Benningen, dhr. J. Rijn, mw. J. Rustenburg (WLTO Heerhugowaard), mw. R. Stam-de Groot, dhr. A. Stam, dhr. J. van Diën, dhr. F. J. Sterk, dhr. G. Paul, mw. J. Paul, mw. Sijbring, mw. F. Snelling, dhr. W. Andriessen, dhr. M. S. Kea, dhr. C. Portergen, dhr. C. Hogenhout, mw. M. Hogenhout, dhr. A. Hogenhout, dhr. J. C. de Dood, mw. E. van Blaaderen, dhr. J. van Bodegraven, dhr. Langeveld, dhr. Korrel, dhr. Van der Kroon.

1.         Introductie
Dhr. Saris, directeur van De Stad BV heet iedereen van harte welkom op de Spiegelbijeenkomst Boeren en benadrukt dat de aanwezigen als belangrijkste eigenaar van het Amstelland een belangrijke stem hebben bij het bepalen van de uiteindelijke toekomst van Amstelland. In het kort schetst dhr. Saris de vier scenario’s die inmiddels zijn bedacht: Autonome ontwikkeling, Boerenhand, Parklandschap en Landgoed. Hij legt uit dat deze bijeenkomst ertoe zal dienen om te bepalen welke voorwaarden voor welk scenario van toepassing zijn, welke projecten bij welk scenario passen en hoeveel kans deze projecten maken.

Dhr. Saris licht toe dat men op dit moment halverwege het proces is. Aan het eind van het proces zullen keuzes gemaakt worden over projecten van enkele miljoenen euro’s. Het geld voor deze projecten is beschikbaar gesteld door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij, de Gemeente Amsterdam, en inmiddels ook door het Europees Fonds INTERREG. De projecten die uitgekozen worden moeten passen bij een toekomstbeeld van Amstelland dat:
– wenselijk is
– waarschijnlijk is
– waarvoor de middelen aanwezig zijn
– de voorwaarden aanwezig zijn.

Het eerste deel van deze bijeenkomst staat in het teken van de presentatie van de resultaten van een enquête die is gehouden door het WLTO onder de agrariërs van het Amstelland. Daarna worden de projecten die uit de enquete zijn gekomen besproken en kunnen de aanwezigen reageren op de ingediende projecten. Het laatste deel van de bijeenkomst is bedoeld voor de deelnemers om zelf projecten toe te voegen.

2.         Presentatie van de resultaten van de WLTO-enquête door dhr. P. Roos, voorzitter WLTO Amstelstreek
Dhr. Roos legt uit dat er 144 enquêteformulieren zijn verstuurd, waarvan er 85 zijn teruggekomen. Dit is een goed resultaat. Een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van WLTO, de Agrarische Natuurvereniging, het Groengebied Amstelland en de Rabobank heeft de ingevulde enquêteformulieren bekeken. Hieruit valt het volgende te concluderen. Bij vergelijking met de landelijke trend valt op dat de bedrijven in Amstelland gemiddeld iets groter zijn en net zoals in de rest van Nederland geen gunstige inkomensontwikkeling laten zien. Jaarlijks verdwijnt gemiddeld 4 tot 5% van de bedrijven in Amstelland. Andere kenmerken van de bedrijven in Amstelland betreffen de bijzondere ligging (tussen Amstelveen, Amsterdam en Amsterdam Zuidoost, de zogenaamde Amstelscheg), en het feit dat het agrarische natuurbeheer het goed doet (80% doet mee). Wat het laatste betreft wordt wel aangevoerd dat de vergoedingen zeer gering zijn. Het is duidelijk dat men niet alleen meedoet vanwege de financiële drijfveer. Een van de belemmeringen bij het uitoefenen van de bedrijven in Amstelland is het waterbeheer: de strijd om het slootpeil op peil te krijgen. Daarnaast is er nog veel te doen op het gebied van de herverkaveling en vormen waterclaims, waterberging en waterconservering een aandachtspunt.

Aanbevelingen die naar aanleiding van de enquête ontwikkeld zijn, zijn de volgende:
– bedrijven moeten groeien om te overleven, maar de grond is duur. Een belangrijke vraag is dan ook hoe de grond goedkoper ter beschikking kan komen voor de agrarische bedrijven;
– men zou een structuur moeten ontwikkelen voor bedrijfsverbreding, waarmee men door middel van zorg, recreatie of andere zaken extra inkomsten kan verwerven;
–  de verkaveling moet verbeterd worden;
– gerichte bedrijfsadvisering over de toekomst van ieder individueel bedrijf is noodzakelijk;
– vermarkting van landschapsproductie. Iedereen vindt landbouw belangrijk, maar de vraag is hoe dit te realiseren is, het is namelijk geen vanzelfsprekendheid. Suggesties zijn het vergoeden van het bieden van openheid, het instandhouden van het cultuurlandschap of het vergoeden van koeien in de wei.

Dhr. Roos sluit zijn presentatie af met de melding dat een officiële presentatie van de enquête op 5 maart 2003 zal worden gegeven in aanwezigheid van dhr. Schippers, gedeputeerde van Noord-Holland.

3.         Discussie over de enquête
Er volgt een discussie tussen dhr. Saris en dhr. Roos over de aanbevelingen die gedaan zijn n.a.v. de enquête. Dhr. Saris vraagt dhr. Roos of een afname van het aantal boerenbedrijven wel kan worden tegengegaan. Volgens dhr. Roos is dit hoofdzakelijk afhankelijk van goodwill, fondsen en een groot maatschappelijk draagvlak. Zaken die tegenwerken zijn streekplannen, bestemmingsplannen en verkeersmaatregelen. Dhr. Saris stelt vervolgens voor om de vijf projecten die uit de enquête zijn gerold, na te lopen op waarschijnlijkheid, wenselijkheid, de voorwaarden die vervuld moeten zijn, en de middelen waarmee de projecten gerealiseerd kunnen worden.

Grondbank
De Grondbank is een van de middelen waarmee boeren kunnen uitbreiden. Daarvoor kan Brussel landschapssubsidies geven. In het vervolg hierop vraagt dhr. Saris hoe waarschijnlijk het is dat boeren deelnemen aan de grondbank. Dhr. Roos antwoordt dat dit alleen mogelijk is als een prijs voor de grond wordt betaald die hoger is dan de agrarische grondprijs; vaak vormt de grond voor bedrijfseigenaren namelijk hun pensioenwaarde. Dhr. Saris vraagt wie de beheerder van de grond zou worden in de grondbank: ‘Zou dat een coöperatie van boeren zijn, waarmee de boerengrond gezamenlijk eigendom wordt, of is een andere eigendomsvorm wenselijk?’ Voor dhr. Roos is een brede coöperatie waarin wellicht ook natuur- en recreatieverenigingen meedoen een optie: de Voetangel zou bijvoorbeeld deelnemer kunnen zijn. Deze bestaat immers bij de gratie van het open gebied

Structuur verbreden bedrijfsontwikkeling
Dhr. Saris stelt de vraag hoe de grondbank te realiseren is en bij wie het voorstel gedeponeerd zou moeten worden. Volgens dhr. Roos is hiervan nog geen concrete uitwerking. Dhr. Saris vraagt een vertegenwoordiger van de Rabobank hetzelfde. Deze vertegenwoordiger denkt inderdaad dat de Rabobank een rol zou kunnen spelen bij het tot stand brengen van de grondbank. Men zou de boeren zekerheid in hun inkomen kunnen geven. Het is volgens hem waarschijnlijk dat de grond eigendom van de boeren blijft, maar tegen een vergoeding zou het mogelijk moeten zijn dat ondernemers deelnemen aan de grondbank.

Dhr. Roos zegt dat het bedrijfsmatig gezien veel gunstiger is om koeien altijd op stal te houden in plaats van een deel van het jaar in de wei. Als men de koe in de wei wil houden, dan zal de hierdoor ontstane vermindering van inkomsten op de een of andere wijze gecompenseerd moeten worden. Overigens worden boeren ook vanuit milieuoogpunt gedwongen om koeien meer, zo niet altijd op stal te houden.

Dhr. Saris refereert aan een voorstel van dhr. Sijmons van H+N+S. In dit voorstel krijgen boeren extra inkomen in de vorm van korting op de vennootschapsbelasting ten behoeve van de openheid van het gebied. Is dit een goed idee? Dit wordt door een groot deel van de aanwezigen en dhr. Roos afgekeurd, omdat boeren nauwelijks vennootschapsbelasting betalen.

Dhr. Saris vraagt dhr. Roos wat eigenlijk bedoeld wordt onder zorg. Zijn dit de diensten aan derden d.m.v. een zogenaamde zorgboerderij. Met zorg bedoelt dhr. Roos kinderopvang, opvang asielzoekers, maar ook educatie. Hoe zou dit gerealiseerd kunnen worden. Volgens dhr. Roos is hiervoor een tussenpersoon nodig die voor de boeren zou kunnen onderhandelen (bijvoorbeeld de Rabobank).

Verkaveling en ontsluiting
Dhr. Saris vraagt waarom verkaveling wenselijk is. Volgens dhr. Roos is het beter voor de rentabiliteit van de bedrijfsvoering als er kavels rondom een boerderij liggen. Het doel van de verkaveling is het onderling ruilen van grond. Daarvoor is eigenlijk een onafhankelijke partij nodig. Dit gebeurt op dit moment door de Landinrichting. Dat is straks beëindigd en dan moet er toch weer onderhandeld worden. Er zal vervolgens weer versnippering van landbouwgrond gaan optreden.

Dhr. Saris vraagt of het onderling ruilen van grond mogelijk is in combinatie met de grondbank. Volgens dhr. Roos hoeft dit niet. Gehandeld wordt er wel, maar de vraag is of iedereen daar voldoende profijt van heeft. Dhr. Saris vraagt zich af waarom water geen apart project is. Dhr. Roos antwoordt dat er voldoende ontwatering moet zijn voor een goede bedrijfsvoering. Dat betekent voor deze veengrond minimaal 60 cm. Volgens hem moet er een keuze gemaakt worden tussen het in stand houden van het agrarisch cultuurlandschap of het in stand houden van het veenlandschap. Een combinatie van beide is niet mogelijk volgens hem. Het vernatten van het veen heeft namelijk niets te maken met de waterproblematiek die speelt in het streekplan.

Dhr. Saris werpt de stelling op dat toename van de recreatiefunctie slecht voor het gebied zou zijn. De heer Roos is het er niet mee eens; volgens hem hebben boeren waarschijnlijk voordeel van recreatie. Mensen zien waar de boeren mee bezig zijn, het wordt tastbaar. Wel kan recreatie ook ergernis veroorzaken. Dhr. Saris vraagt hierop of er onder de aanwezigen ook mensen zijn die met recreatie geld verdienen. Het blijkt zo te zijn dat de gemeente boeren verbiedt om mensen aan te trekken, het moet rustig blijven. Er is onder andere hierdoor niemand die met recreatie geld verdient. Overigens vinden de aanwezigen recreatie niet strijdig met natuur en milieu.

Het blijkt dat enkele aanwezigen vinden dat Amsterdam en zijn bewoners voor het recreatiegenot dat men heeft door het Amstelland, best zou kunnen betalen, bijvoorbeeld door de prijs van nieuwbouw te verhogen. Dat geld zou men in een fonds kunnen stoppen dat is bedoeld voor het behoud van natuur. Hetzelfde geldt voor waterberging. Men kan immers door bebouwing het water niet meer overal bergen. Dhr. Saris roept de aanwezigen op om dit voorstel te dienen.

Als voorbeeld van een recreatieve functie noemt dhr. Saris het creëren van een pad in de Ronde Roep. Volgens de aanwezigen hoeft dat geen verhard pad te zijn, er zijn volgens hen veel mensen die met laarzen de wei in zouden willen. Volgens dhr. Saris weten recreanten niet waar men het gebied in kan gaan. Hij vraagt of het bevorderen van recreatie door informatie een goed project zou kunnen zijn. In het vervolg hierop stelt dhr. Saris dat een panoramafoto van de Ronde Hoep heel mooi is, maar weinig laat zien. Volgens dhr. Roos is dit nu juist het unieke van de Ronde Hoep. Er is binnen een kilometer niets en niemand te zien. Overigens vindt een groot deel van de aanwezigen een pad door de Ronde Hoep niet wenselijk. Als boer moet je je houden aan zeer strenge hygiëneregels in verband met de MKZ. Men ziet het niet zitten dat recreanten in groten getale de Ronde Hoep zouden betreden. Langs de Amstel/Waver zou een pad wel mogelijk zijn. Ook is uitbreiding van de fietspaden bij de Ouderkerkerpolder een optie. Maar het opknappen van de Amsteldijk en het fietspad van de Amsteldijk naar Uithoorn is nog veel belangrijker, want dat dient ieders belang.

Vermarkten landschapsproductie
Dhr. Saris gaat door naar het volgende onderwerp: extra opbrengsten door bebouwing op het erf van de boeren en inkomsten die hieruit voortvloeien. Op basis van de reacties uit de zaal concludeert dhr. Saris dat dit niet zou kunnen, ook niet bij wijziging van regels. Een van de aanwezigen geeft als suggestie mee dat de bestemming van het gebied ten noorden van de A9 (Middelpolder en Bovenlanden) zeker gewijzigd zou kunnen worden; het is volgens hem allang niet meer agrarisch. Geen boer wil hier nog grond pachten. Je zou daar meer bebouwing kunnen toestaan. Een van de deelnemers vindt het belangrijk dat het oude landschap van de Duivendrechtse polder, een gebied dat zo dichtbij Amsterdam ligt, behouden moet blijven.

Pauze

Dhr. Saris vraagt de aanwezigen of zij nieuwe projecten zouden willen indienen. Hiermee start het officiële tweede deel van de bijeenkomst.

3.         Voorstellen voor nieuwe projecten
Dhr. De Nooij zou de waterschapslasten cq polderlasten willen afschaffen; dit zou de boeren € 80 per hectare per jaar schelen en zou ten gunste van de agrarische bestemming kunnen komen. Dit lijkt hem een goede besteding van de GIOS-gelden. Dhr. Saris vraagt of het mogelijk zou zijn om deze ontheffing alleen te geven als je bijvoorbeeld aan natuurproductie doet. Dit is volgens dhr. De Nooij niet nodig, het Amstelland heeft al genoeg waardering, ook zonder natuurproductie.

De discussie verplaatst zich naar de vraag of het niet vreselijk kunstmatig is om het inkomen van boeren op te vijzelen. Volgens de aanwezigen houd je geen agrarisch gebied meer over als je dit niet doet. Schaalvergroting betekent per definitie dat de koeien continu op stal moeten staan, omdat het anders economisch niet rendabel is. Dit voorstel is dus afgewezen.

Er volgt een opmerking over de grondbank. Volgens de aanwezigen is de grond die nu in bezit is van BBL te duur. Dhr. Roos vertelt dat de gronden zijn aangekocht om het landinrichtingsplan te kunnen realiseren. De WLTO voert al jaren strijd over de pachtprijs. Het is een gegeven dat de prijs op een gegeven moment te hoog wordt en dat de BBL de gronden dan niet meer kan verpachten. Dit is een onderwerp voor bespreking.

Mevrouw Linthout meldt dat dhr. D. Tanger van het Landschap Noord-Holland een aanbod aan de boeren doet. Hij zou samen met de boeren en de WLTO willen komen tot verbetering van de landschapsinrichting. Hiervoor wil hij graag een aparte bijeenkomst plannen. De aanwezigen reageren sceptisch. Bij de bespreking van het reservaatgebied in de Ronde Hoep met het Landschap Noord-Holland vond men dat Landschap Noord-Holland de eisen te hoog stelde. Het gebied staat te veel onder water en is daarmee dus voor boeren niet interessant. Er wordt ook nog opgemerkt dat het Landschap Noord-Holland elke keer een andere contactpersonen stuurt. Dit maakt de communicatie niet makkelijker.

Een vertegenwoordiger van de Duivendrechtse polder zegt dat de parkstrook langs de A2 in de tekening ten koste gaat van de ruimte van de boeren. Hierdoor moeten de boeren hun koeien nog meer op stal houden. Hij stelt voor om een enquête te houden onder passanten van de rijksweg 2 met de vraag wat ze mooier vinden: streekeigen polderland met veen of een gebied met bomen en volkstuinen. Hij vindt dat het huidige plan verzwakking betekent van het karakteristieke platteland en dat het geld voor dit project beter kan gaan naar zeedijken en rivierdijken. Dhr. Saris gaat naar aanleiding van deze opmerking over op het voorstel om een geluidswering langs de A2 te plaatsen.

Geluidswering langs de A2
Langs de A2 zou plaats zijn voor windturbines waarmee windenergie kan worden opgewekt. Opbrengsten hieruit zouden ten gunste kunnen komen van de grondbank. Bij de spiegelbijeenkomst cultuur en historie is een voorstel gedaan om op elke plek waar vroeger een oude windmolen stond, een windturbine te plaatsen. Dit wordt in zijn algemeenheid geheel afgewezen. Als er windturbines komen, dan zouden deze alleen langs de rand van A2 mogen komen, of aan de rand van een ander open gebied. Het planten van bomen langs de A2 wordt ook niet met veel enthousiasme ontvangen. Bomen zouden het karakter van het open gebied verstoren. Uit de zaal volgt de opmerking dat bomen langs de A9 sowieso geen nut hebben: men zou er overheen kijken. Een van de andere aanwezigen is juist wel voor het planten van bomen: het past in het landschap.

Duivendrechtse polder
Dhr. Saris leidt dit discussiepunt in met de opmerking dat elk scenario uitgaat van het openhouden van de polder middels boerenbedrijven. Het scenario Landschapspark trekt de consequentie dat het natuurreservaat in de Ronde Hoep hier niet bij past. De deelnemers vragen zich af welke status het reservaat heeft. Geen enkele boer zit te wachten op een reservaat, maar het is wel de uitkomst van 20 jaar landinrichting Men vraagt zich af hoe men de status van het reservaat zou kunnen veranderen. Dhr. Saris geeft als suggestie om dit met BBL te bespreken. Men zou het ook opnieuw ter discussie kunnen stellen met de gekozen bestuurders uit de gemeente. De meerderheid van de deelnemers is het erover eens dat een parkachtig landschap betekent dat de agrariërs niet kunnen overleven. Er volgt een opmerking over de waterberging. Dhr. Saris meldt dat het waterschap zegt dat waterberging niet duidelijk is. Het enige dat duidelijk is dat men het gebied open wil houden en niet mag bebouwen. Dhr. Saris vraagt de aanwezigen of het niet nodig zou zijn om hier meer duidelijkheid over te krijgen van de waterschappen. Hierop wordt instemmend gereageerd.

Vervolgens volgt er een opmerking uit de zaal met de vraag waarom er vanavond geen uitgewerkt plan met een financiële onderbouwing gepresenteerd wordt op basis van de uitgangspunten tot nog toe. Dhr. Saris antwoordt dat het opstellen van zo’n plan niet alleen een kwestie van rekenen is, maar ook veel onderhandelen vergt met de betrokken partijen en bijvoorbeeld het Ministerie van Landbouw.

4.         Rondvraag
–          Een boer in de nieuwe Bullewijk vraagt zich af waarom die polder in het scenario Autonome ontwikkeling volgebouwd is. Dat is niet wenselijk, bovendien staat er in het bestemmingsplan van Ouderkerk dat het gebied agrarisch zal blijven. Het antwoord is dat dit scenario de ontwikkeling wil laten zien die kan ontstaan als er geen specifieke richting wordt gegeven.
–          Een van de deelnemers vindt de overheid onbetrouwbaar. Zaken veranderen continu. Dhr. Saris zegt dat lang geleden al besloten is om de driehoek groen te houden. Op een gegeven moment kan onder druk van de woningnood het groen opgegeven worden, hoewel Amsterdam wel een bijzonder grote waardering heeft voor het groen. In het vervolg hierop werpt een van de deelnemers tegen dat Amsterdam 60.000 woningen moet bouwen als  Almere deze niet wil. Hij vraagt zich af waar ze deze 60.000 woningen gaan bouwen.
–          Een van de aanwezigen zegt dat het bestemmingsplan van Ouderkerk bijna klaar is en vraagt zich af of deze bijeenkomsten wel zin hebben. Dhr. Timmermans antwoordt dat de bijeenkomsten met name voor ideeënvorming belangrijk zijn.
–          De deelnemers vragen zich af hoe zij allerlei besluiten die over hun toekomst gaan kunnen stoppen. Dhr. Timmermans zegt dat er voorstellen geformuleerd worden richting waterschappen en bestuur en dergelijke.
–          Een van de deelnemers stelt voor om een convenant op te stellen met alle spelers waarin wordt afgesproken dat het landschap blijft zoals het is. Dhr. Saris zegt dat het prima plan is. Dhr. Saris raadt aan om hierover een voorstel in te dienen.
–          Als laatste werpt iemand op dat de projecten niet strijdig zijn met elkaar. Zijn suggestie is om samen een vuist te maken.

5.         Afsluiting
Dhr. Saris meldt dat er op 10 maart 2003 een projectenworkshop plaatsvindt waarop alle projecten zullen worden besproken. Iedereen wordt hiervoor van harte uitgenodigd. De heer Saris bedankt iedereen hartelijk voor zijn of haar bijdrage.

Duivendrechtse polder, 6; 7
Geluidswering langs de A2, 7
Grondbank, 4
Structuur verbreden bedrijfsontwikkeling, 4
Verkaveling en ontsluiting, 4
Vermarkten landschapsproductie, 5